Selecteer een pagina

Het is zaterdagochtend en op mijn telefoon verschijnt een vreselijk berichtje.

Eentje die je niet wilt ontvangen.
Rillingen lopen over mijn lijf bij het lezen van de tekst.
De schrik slaat om mijn hart.
Kippenvel op mijn armen.
Een brok in mijn keel.
Tranen vullen mijn ogen.
Dit kan niet waar zijn.
Wat een slechte grap.
Maar dat is het niet.
Het blijkt de keiharde werkelijkheid.
Een lieve dierbare vriend is plotseling overleden.
Zomaar.
Uit het niets.
Weggerukt uit het leven.
Zonder waarschuwing.
Zonder enig aanleiding.
Heel abrupt.
Geen herkansing.
Hier stopt zijn reis.
De wereld is een heel mooi mens armer.
Een familieman puur sang.
Een rots in de branding.
Zijn familie was zijn alles.
Zijn liefde, zijn leven.
Een mensen-mens.
Een levensgenieter en BourgondiΓ«r.
Vol positieve energie.
Lief, vrolijk, grappig en sociaal.
Zijn gulle lach zo herkenbaar.
Leergierig en ambitieus.
Fit en sportief.
Dit kan niet waar zijn.
Het mag niet.
Hij kan niet gemist worden.
Nu nog niet.
Nog lang niet.
Hij had nog zoveel plannen.
En was nog lang niet klaar met leven.
Dit is niet te bevatten.
Onverteerbaar.
Wat intens verdrietig.
De zon schijnt, maar het blijft donker.
De zonnestralen verwarmen niet.
Alle kleuren verdwijnen.
Alles is zwart.
De aarde draait, maar staat tegelijkertijd stil.
Hij laat zijn lieve vrouw en drie prachtige kinderen achter.
Familie en vrienden.
En iedereen die hem liefheeft.
Verdoofd.
Ontroostbaar.
Zonder woorden. Stil.
Maar ook dankbaar.
Dankbaar dat we hem hebben mogen kennen.
Dat hij deel heeft uitgemaakt van ons leven.
Dankbaar voor alle mooie momenten.
Herinneringen die we altijd zullen koesteren.
Maar nu is er die scherpe pijn van verlies.
Ons hart huilt.
Onbegrip overheerst.
Woede en ongeloof.
Onzekerheid over hoe het verder moet.
Totale leegte.
Wat een gemis.
We zijn sterfelijk.
Allemaal. Jij en ik.
Het leven kan in een seconde over zijn.
Weg. Voorbij.
Of honderdtachtig graden draaien.
Dat besef maakt ons klein.
Nietig bijna.
Het leven is niet vanzelfsprekend.
Al nemen we het vaak voor lief.
Ik staar naar de kast.
Een fles Bacardi trekt mijn aandacht.
Die was speciaal voor hem.
En dat… zal altijd zo blijven.

Dit gedicht draag ik op aan Wim. God, wat zullen we je missen. πŸ–€
Ik wens mijn lieve vriendinnetje, haar kinderen, familie en vrienden alle kracht en sterkte toe.
Jullie zijn er altijd voor mij en ons geweest.
Nu zijn wij er voor jullie. πŸ’–

Liefs, Ilse